Wat een monsterlabel moet bevatten
Een conform monsterlabel bevat vier identificatiegegevens die de hele reis moeten overleven: twee onafhankelijke patiënt- of subjectidentificatiegegevens, de afnamedatum en -tijd, het monstertype en de identiteit van de afnemer. Het wordt aangebracht op het moment van afname, in aanwezigheid van de bron, en nooit van tevoren — een vooraf gelabeld buisje is de meest voorkomende oorzaak van een verkeerde uitslag.
Alle moeilijkheden rondom labeling komen voort uit die laatste regel. Vooraf labelen bespaart seconden en is oprecht verleidelijk tijdens een drukke ronde. Daarom verandert een trainingsvideo die alleen de verplichte velden opsomt, niets. De regel die onderwezen moet worden, is de timing, niet de inhoud. Echte patiëntgegevens zijn bewust uitgesloten: identificatiegegevens, aanvraagnummers en leesbare barcodes van live monsters moeten worden vervangen door synthetische voorbeelden voordat iets intern wordt gepubliceerd.
Deze template behandelt de procedure in acht scènes: twee over de verplichte velden en waarom twee identificatiegegevens in plaats van één, twee over het aanbrengen van het label aan het bed of de werkbank in de juiste volgorde, één over verificatie tegen de aanvraag, één over wat te doen als een label verkeerd of onleesbaar is, één over afwijzingscriteria, en één over het vastleggen van de correctie.

